Een dunne scheidslijn, verslag van een discussie

Veertig mensen in een paar uur laten discussiëren is natuurlijk onmogelijk. Zeker wanneer er ook nog een grote hoeveelheid onderwerpen op tafel liggen. Er was natuurlijk kunst. Presentaties, performances, objecten. Deze waren het resultaat van een bijzondere samenwerking tussen een kunstenaar en iemand die zich niet dagelijks met kunst bezig houdt. Er was de thematische relatie tussen kunst en management en daarmee ook de relatie tussen een kunstenaar en een manager en natuurlijk de vraag naar deze posities. Hoe zit het met kunst? Hoe zit het met management? Daar bovenop was er een centraal thema: enthousiasme. Over welk van deze onderwerpen de belangrijkste was kon ook nog gepraat worden.
Behalve de relatie tussen kunst en management zijn al deze thema’s zijn eerder uitvoerig behandeld in fora, manifestaties en congressen. Inventies is een bijzonder project omdat het naar mijn weten de eerste keer was dat deze relatie zowel thematisch als praktisch is onderzocht. Mijn nieuwsgierigheid betrof daarom de vraag waarom stapt iemand in zo een samenwerkingsproject? Niet uit persoonlijke motieven maar generiek: Waarom zijn managers geïnteresseerd in kunst buiten hun persoonlijke voorkeuren om? Waarom zoeken kunstenaars toenadering bij het bedrijfsleven?
Vanuit deze vraag viel snel een aantal subvragen te destilleren. Was het leuk? Leverde de samenwerking een bijzondere relatie op in de zin van uitgetild boven het al bekende? Raakte men wederzijds geënthousiasmeerd? Zorgde de samenwerking voor een verandering in de beproefde wijze om projecten tot stand te brengen? Werden de deelnemers verleid om ongebaande paden te betreden Immers je kan verwachten dat juist door het grote verschil in benadering - kunstenaars behandelen hun projecten toch heel anders dan managers, is de algemene opvatting - men wederzijds uitgenodigd werd om in de voetstappen van de ander te stappen. Oftewel; waren er momenten van kwetsbaarheid? Werd het ergens glad onder de voeten? Onbekend?
Tot slot natuurlijk de nieuwsgierigheid naar de confrontatie van posities. Hoe moeten we de relatie tussen kunst en management zien? Was er een confrontatie? Spraakverwarring? Of juist een wederzijdse herkenning? Kunnen zowel kunst als management profiteren van elkanders invloeden?
Vragen te over dus.
Fora vragen echter om een gezamenlijke referentiekader die niet bij voorbaat gegeven is. Veel tijd gaat verloren aan het begrijpen van de vragen of uitspraken. Wat bleek? Hier volgt een korte, schaamteloos generaliserende en selectief herinnerde impressie van de discussies op 2 september.
Kunstenaars en Managers konden het goed met elkaar vinden. Niet zozeer omdat het om kunstenaars en managers betrof maar omdat men investeerde in een persoonlijke relatie. Hierbij speelde het doelgericht werken een belangrijke rol. Men werkte samen om een presentatie op tijd klaar te hebben.
Het maar steeds vragen naar posities werd als een respectloze wijze van ondervragen ervaren. Verschillen tussen kunstenaars en managers werden irrelevant gevonden. Kunstenaars managen hun onderneming en managers zijn creatief in het leiden van hun onderneming. Beide zijn gewend om onder druk tot een resultaat te komen en eigenlijk zijn ondernemingen vergelijkbaar met kunstpraktijken. Men heeft te maken met een aantal onzekerheden die op de een of andere manier overwonnen moeten worden om uiteindelijk een resultaat te bereiken. Managers hebben met mensen van doen en hebben aardig wat creativiteit nodig om mensen tot prestaties te brengen.
Kunstenaars daarentegen zijn niet zo gericht op het resultaat maar hechten veel waarde aan het proces. De waardering van managers voor kunstenaars betreft vooral hun vermogen zaken inzichtelijk te maken, het uitbeelden van abstracte verhalen. Managers blijven binnen een taal zetting. Andersom is de waardering van kunstenaars voor managers vooral gericht op het organisatievermogen. Alles op tijd klaar te hebben.
Vanuit dit wederzijds respect is het niet verwonderlijk dat men enthousiast was voor de samenwerking en dit ook liet zien in werken die het enthousiasme thematiseerden en opriepen bij toeschouwers.
De werkwijze bleek toch verschillend te zijn. Vooral organisatiemensen hadden moeite met het ongeorganiseerde en improviserende van kunstenaars. Werden er zenuwachtig van. De presentatie leek zelfs gevaar te lopen. Dat alles toch op tijd klaar kwam, kon een wonder genoemd worden. Kunstenaars lieten niet merken beïnvloed te zijn door een manageriële wijze om zaken te realiseren.
Trouwens waarom moeten processen geanalyseerd en uit elkaar gehaald worden? Ontmoetingen gaan hun eigen gang en leveren mooie resultaten op. Men heeft het zeer goed samen gehad. Het ging dus niet om een vergelijking of om het duidelijk maken van rollen, maar om samen te werken. De forumdiscussie had tot doel om achteraf een analyse te maken van het proces en is een poging om te komen tot een positiebepaling van de relatie tussen kunst en management. Dat werd pas laat in de discussie duidelijk. Daarmee werd ook de vraag duidelijk naar wat managers beweegt om in kunst geïnteresseerd te zijn en wat kunstenaars beweegt om bij het bedrijfsleven contact te zoeken.
Een eerste tentatieve antwoord is die van gene, van een diepgeworteld gevoel bij managers dat er nieuwe vormen van aansturing nodig zijn die vooralsnog niet voorhanden zijn. Wellicht dat kunst een handje kan helpen. In de overgang van industriële- naar informatiesamenleving hebben we nieuwe manieren van opereren nodig. Kunst is het medium waar van oudsher veel maatschappelijke innovatie is voorbereid en gestalte heeft gekregen. Wellicht dat in de samenwerking met kunstenaars iets kan ontstaan wat helpt de problemen te doorbreken.
Dat laatste was althans voor mij een startpunt om verder te denken over deze merkwaardige relatie. De wederzijdse interesse is fascinerend, maar de motieven ervoor zijn vooralsnog onduidelijk. Dat bleef na de discussie ook zo.
Wel is er een begin gemaakt. Zoals gezegd zijn voor het eerst kunstenaars en managers bezig geweest om iets gezamenlijks laten ontstaan. Niet in de rol van opdrachtgever noch uitsluitend uit persoonlijke voorkeur. We weten nu waar beide partijen zich in herkennen, we weten nog niet wat ieders specifieke inbreng in het gesprek is.
Het was maar een discussie. De eerste. Zoals in iedere discussie roept ieder argument vele tegenargumenten op. Wat hierboven gezegd wordt over de kunst en het management zijn natuurlijk grove generalisaties. De kunst en het management hebben vanzelfsprekend niet gesproken. Kunstenaars en managers hebben op persoonlijke titel hun inbreng gehad. Hij vond dat en zij vond iets heel anders. En dat maal veertig gedurende drie keer een half uur. Misschien dat de echte discussie zich afspeelde in de hoofden van de aanwezigen toen na afloop ieder zijns weg ging. Stof tot nadenken dus.

 

note
Auteur: Ruud Kaulingfreks, filosoof. Gepubliceerd in de INVENTIES publicatie, oktober 2000. Ruud Kaulingfreks leidde samen met Arnoud Glaudemans en Maurits Broekema de discussies tijdens de INVENTIES manifestatie op 2 september 2000.

 
Joomla Templates by Nieta