|
achteraf
Niet alle grenslopers zijn voorlopers, juist op de grens is er de
escape. Uitvinden vraagt een commitment dat verder gaat dan de vondst.
Succes op korte termijn blijft binnen de comfortzone.
Achter de tendensen die ik in de inleiding noem - kunstenaars die
aansluiting zoeken bij bedrijven, het procesgenererend werk wat daaruit
voortkomt, de noodzaak voor bedrijven om nieuwe attitudes te
ontwikkelen - ligt een spanningsveld. Wanneer wordt kunst
geïnstrumentaliseerd? Wanneer blijft kunst autonoom? Wat brengt een
procesgenererend werk van een kunstenaar in een bedrijf teweeg? Dat
spanningsveld wilde ik zichtbaar maken, door te doen.
In Inventies zijn deze vragen niet vooraf gesteld, juist niet,
zodat antwoorden terzijde konden ontstaan. Het was een vrijplaats.
Vrijplaats klinkt veelbelovend en verleidelijk. Bewegen in een
vrijplaats vergt een specifieke attitude: het kunnen scheppen van eigen
voorwaarden en betekenissen. Voor een aantal deelnemers heeft Inventies
als vrijplaats gewerkt. Voor anderen was het een te onuitgesproken
experiment.
Was de tijd te kort, de focus te breed, moest er te snel output
komen? Het zou kunnen. Positief aan een snelle uitspraak is het
ongepolijste en transparante. In Inventies is in een sneltreinvaart
gebeurd wat nu verder kan worden uitgezocht, een try-out, een
vliegwiel, om een hele rits aannames in een keer te bekijken.
Positioneringen, rolverdelingen, drijfveren, oogmerken.
De abstractere laag, kunstenaars als vertegenwoordigers van kunst,
managers als spreekbuis van bedrijven, leek soms naar de achtergrond
verdwenen. Er zijn een aantal juiste matches geweest. Er zijn zelfs
vriendschappen ontstaan. Is er dan niet meer gebeurd dan een
koppelaarster voor elkaar gekregen zou hebben? Heeft het alleen
betekenis gehad in de persoonlijke sfeer?
Wat inzicht gaf is wanneer men zich verder in het andere van de
ander ging verdiepen. Dan werd het specifieke van de eigen positie
helder. De grenzen van je eigen context onderscheiden geeft inzicht in
de maat van je wereld. Rammelen aan vanzelfsprekendheden. Niet alleen
op persoonlijk niveau, ook op niveau van kunstcontext of
bedrijfscontext werden deze inzichten genoemd. Planmatigheid versus
verbeeldingskracht in welk referentiekader dan ook.
Een verworvenheid is dat mensen van bedrijfszijde, deelnemers en
publiek, stellen dat ze meer begrijpen van conceptuele vormen van
kunst, er meer betekenis aan kunnen verbinden. Dat lijkt vanuit de
kunsten bezien misschien futiel maar het is een eerste ingrediënt om
überhaupt verder te kunnen praten op dit vlak. Kunstenaars waren
verbaasd over het abstracte gebied waar ook managers betekenis aan
kunnen geven, sterker nog, juist naar zoeken. Deze wederzijdse
erkenning is tijdens de discussies onterecht geduid als zouden de
verschillen worden ontkend. Veel duo’s hebben een stap verder gedaan,
hebben de gerichtheid van management en de ongebondenheid van kunst als
expertise ingezet. Gelijktijdig. Dit is terug te vinden een groot deel
van de duo-presentaties. Misschien niet altijd in een oogopslag
zichtbaar. Een taalprobleem, we moesten dit gebied bespreken in een
opponerende taal. Nieuw ontgonnen gebieden hebben geen baat bij oude
criteria, het helpt om ze met een grote nieuwsgierigheid tegemoet te
treden. Dat wil niet zeggen dat kritiek achterwege moet blijven, juist
niet, maar dan ingezet om het nieuwe helder te maken. En daar was het
om begonnen.
Er is verder aangevangen met het fenomeen 'kunstenaar doet iets in
bedrijf, los van de traditionele vorm' te plaatsen in een grotere
context. En dit niet alleen te beschouwen vanuit het kunstdiscours,
waar aan deze vormen van ‘kunst in maatschappij’ de zweem van
vernieuwing kleeft. Door sommige kunstenaars werden de regels van het
kunstdiscours aangehaald en de noodzaak je daarmee te verhouden wil je
succes hebben. Kunst die procesgenerend is, is afhankelijk van een
schaamteloos onafhankelijke attitude van de kunstenaar; onafhankelijk
naar kunstcontext en bedrijfscontext. En, wil dit werk iets
teweegbrengen wat buiten de kunstcontext reikt zal ze criteria moeten
toelaten en vertalen die in dit geval ook de bedrijfscontext beslaan.
Responsieve visualisatie? Nieuwe criteria?
Het streven naar een samenvallende vorm en inhoud geldt tevens bij
het ontwikkelen van beleid en in het vormgeven van visie, in bedrijven,
bij overheden en ten aanzien van de publieke ruimte. De capaciteit van
een specifiek soort kunstenaars om processen aan zichzelf te refereren
en weer terug te reflecteren op een groter geheel draagt de autonomie
in zich die nodig is om te confronteren en zichtbaar te maken. Een
intrinsieke gedrevenheid die gezocht wordt in beleidsvorming. Zo’n
autonome attitude -en in zekere zin subversieve- is van belang zodra
denkkaders de ‘werkelijkheid’ niet meer toelaten. Als de inhoud van die
‘werkelijkheid’ duidelijk moet zijn vanuit verschillende perspectieven.
En als op immateriële ontwikkelingen binnen en buiten organisaties
moeten worden vooruitgeblikt. Het visualiseren van beleid.
De beweging van deze ontwikkeling is geen nieuwe, ze is vaker
gemaakt, in een andere vorm, met andere drijfveren. Specifiek aan deze
kunstenaarsattitude is de behoefte aan een podium waar directe respons
is, waar een kunstenaar direct opereert; contemplatie en verbeelding in
situ. Het genererend vermogen is afhankelijk van het moment waarop de
kunstenaar wordt betrokken in een proces. Zo vroeg mogelijk! Een
tijdelijke fusie van kunstenaar en bedrijf, met behoud van de nodige
autonomie? Hier ligt mijn enthousiasme!
|
|
quote
When comfort is no longer taken for culture, when beauty has
become a need again, then, at last, poetry and art will automatically
come into their own again, even if the veil of longing lies upon them
as an eternal promise. Uit: de conclusie
van een lezing door kunstenaar Meret Oppenheim tijdens Science and Art,
Contrasts and Identities in Zurich 1983.
note
Auteur m.glaudemans. Conclusie gepubliceerd in de INVENTIES publicatie, oktober 2000
|